Thoe Brockel 1189 1262 1322 1324 1390 1395 1404 1405-1 1405-2 1450 1483 1486 1492 1509 1511 1548 1551 1563 1570 1574 1575 1579 1584 1585 1591 1602 Brockel

Wijlen H. Breukelman (Hardenberg), die in de 50-er jaren veel genealogisch onderzoek heeft gedaan, schrijft dat hij in het archief te Zwolle een map heeft aangetroffen met nagelaten papieren van Mr. H.E. van Doorninck, die "laat 1800" verbonden was aan het Rijks-archief te Zwolle. Tot op heden ben ik er niet in geslaagd die map in het archief terug te vinden. Deze pagina's zijn dan ook geheel gebaseerd op de aantekeningen van H. Breukelman. Als iemand mij hiermee verder kan helpen, dan hoor ik dat graag! 

Uit die map (schrijft Breukelman) kwamen vele afschriften te voorschijn van oude perkamenten, die teruggaan tot 1189. Gezien de conditie van de perkamenten was het onmogelijk de hele akten in hedendaags Nederlands over te zetten, op enkele uitzonderingen na. 

Het schijnt dat in verband met de voordracht van Willem Brokelman voor de post van Rentmeester van de Bentheimse goederen, er een uitgebreid onderzoek is gedaan naar diens antecedenten. Hierover is geschreven in een uitvoerig verslag van de toenmalige Griffier van de Staten Generaal van Overijssel.
Hij schreef, "Dat den Grave van Bentheim, Heer Otto, eene aanbevelinghe hatte geschreven ten gunste van den Heer Willem Brokelman; waarop de Staten werd opgedragen om ondersoekinghe te doen naer den man". Hij reisde naar Bentheim en ontmoette bij de Graaf den Heer Willem Brokelman die de titel Zu Brockel had laten vervallen. Hij schrijft dan dat het gesprek met den Heer Brokelman hem zo heeft geraakt, dat hij meteen doorreisde naar de plaats Brockel, die hij een vlek noemt; we kunnen dus aannemen dat hij een klein dorp bedoelt. Het Huis zu Brockel blijkt in het begin van het jaar 1700 gesloopt te zijn, en hij vindt alleen een ruïne met de bomen en een gedeelte van de gracht. Door gesprekken met de mensen die in Brockel woonden, komt hij te weten dat de Heren van het Huis zu Brockel erg betrokken en verbonden waren met het Roomse geloof. Het was een zeer bekend geslacht dat erg weinig op het huis vertoefde als een gevolg van hun betrokkenheid in het Roomse geloof. Desondanks hadden ze veel gedaan voor hun horigen. Dit blijkt uit het feit dat Otto Brockelman in het begin van het jaar 1600 overgaat naar het Christelijk geloof, en met zijn eigen vendel zich schaart bij de Staatse troepen in de oorlog tegen Spanje, om het Christelijk geloof te verdedigen. Zeer opmerkelijk is, "Zijn vendel bestaet uyt seyne eyghene mensen, syende horighen under de Hoff zu Brockel, die hij oock betaelt uyt seyne eyghene tassche". Na hem neemt zijn zoon Rudolph zijn bevel over. "Wanneer de beroerte ende den oorlogh seyn weggenomen, omstreeks 1650, geeft hij aan vele van zijn mannen, die hem en zijn vader zo trouw hebben gediend, de vrijheid, zodat zij als vrijen op de door hun Heer geschonken hoeven kunnen werken." Dit verhaal en deze gebeurtenis heeft zeer veel indruk gemaakt op de mensen van Brockel. Zoveel, dat dit verhaal door de generaties heen verteld werd.
Het rapport dat de Griffier gaf aan de Staten en zijn recommandatie, leidde in 1727 tot de aanstelling van Willem Brockelman als de Rentmeester van de Bentheimse goederen.

Op de volgende pagina's staan de afschriften van de documenten met de naam Brockel / Brockelman, zoals H. Breukelman die heeft aangetroffen in de map van Mr. H. E. van Doorninck. De originele perkamenten zouden zijn ondergebracht in de Bibliotheek van de Dom van Münster, onder de afdeling van het "Stift van Münster".